02 363 12 11

Nierstenen

Urolithiasis of een niersteen is een harde massa die gevormd wordt in de nieren door kristallisatie van mineralen in de urine. Deze stenen kunnen het lichaam verlaten wanneer je urineert, maar soms blijven ze echter steken in de urineleider en blokkeren ze de urinestroom. Dit veroorzaakt klachten. Ongeveer 1 op de 10 mensen krijgt ooit een niersteen. Mannen hebben er vaker last van dan vrouwen. Bepaalde aandoeningen en afwijkingen van de urinewegen kunnen nierstenen veroorzaken. Maar ook factoren zoals erfelijkheid en leefgewoontes spelen een rol in het ontstaan.

Symptomen

Nierstenen veroorzaken zeker niet altijd klachten. Ook is er niet altijd een verband tussen de grootte van de steen en de klachten die hij kan veroorzaken.

  • Pijn achteraan in de rug, vaak langs de kant waar de steen zich situeert. 
  • Hevige pijn die zich in ‘golven’ aandient
  • Bewegingsdrang bij een hevige pijnaanval: de pijn is dan zo hevig dat stilzitten niet meer lukt. 
  • Misselijkheid en braken
  • Pijn bij het plassen. 
  • Koorts

Behandeling

  1. Conservatieve behandelopties:
    Vaak volstaat een behandeling met pijnstillende medicatie en ontstekingsremmers. In de meerderheid van de gevallen zal dit (en voldoende water drinken) ervoor zorgen dat de steen vanzelf wordt uitgeplast. Er is dan geen opname of ingreep nodig.   

  2. Operatieve behandelopties:
    Nierstenen die niet op conservatieve manier kunnen worden behandeld, enerzijds omdat ze te groot zijn om spontaan te elimineren,  of omdat ze een verhoogd risico op complicaties inhouden, of omdat ze te pijnlijk zijn, dienen actief behandeld te worden.

Externe niersteenverbrijzeling (ESWL). Stenen welke zich in de nier bevinden, of net aan de uitgang van de nier kunnen met de uitwendige niersteenverbrijzelaar tot kleinere stukken worden verbrijzeld door middel van ultrasone schokgolven.


Ureterorenoscopie. Om kleinere stenen in de urineleider of in de nier te verwijderen wordt als standaard therapie een ureterorenoscopie verricht. Dit is een behandeling waarbij de uroloog de urineleider en een deel van de nier rechtstreeks gaat bekijken. Gelijktijdig kan men laag gelegen stenen verwijderen of vergruizen. Tijdens de behandeling wordt een zeer dun optisch instrument (= scoop) langs de urinebuis in de blaas gebracht. In de blaas wordt de scoop opgeschoven naar het kanaal tussen de nier en de blaas (= urineleider of ureter). Hier wordt de steen, afhankelijk van de grootte, door middel van een netje of een tangetje weggenomen.