02 363 12 11

Intravitreale injectie

U heeft een afspraak bij Oogheelkunde voor een intravitreale injectie. Hier vindt u meer informatie  over deze behandeling.

 Wat is een intravitreale injectie?

Een intravitreale injectie is een spuit met geneesmiddel in het glasachtig lichaam van het oog. Hierdoor komt het geneesmiddel heel dicht bij het netvlies en het vaatvlies. Het werkt daar enige weken tot maanden, maar dat wisselt per patiënt.

Een injectie met anti-VEGF (vaatgroeiremmers) wordt meestal gegeven bij de volgende oogaandoeningen: natte maculadegeneratie, lekkage in de gele vlek bij een bloedvatafsluiting of bij netvliesafwijkingen bij suikerziekte. Het doel van de injecties is het stabiliseren van het zicht (visus) en proberen het vocht in het netvlies te verminderen.

 Er zijn verschillende soorten anti-VEGF

 Verschillende producten – en dit in functie van de afwijking van uw oog – Bevacizumab (Avastin) – Ranibizumab (Lucentis) – Aflibercept (Eylea ) – worden hiervoor gebruikt

Het middel Avastin is ‘off-label’, wat betekent dat Avastin niet voor deze indicaties geregistreerd is, maar dat er wel veel goede ervaringen mee zijn (wetenschappelijk bewezen).

Daarom is het nodig dat u een informed consent tekent (dit is een formulier dat u akkoord bent met de behandeling met Avastin-injecties), voordat we de behandeling starten.

Voorbereiding

Houd bij de voorbereiding op de intravitreale injectie rekening met het volgende:

■ neem uw identiteitsbewijs mee;
■ meldt u aan op het tijdstip dat U werd meegedeeld bij de polikliniek;
■ u mag van tevoren gewoon eten en drinken;
■ wij vragen u om een begeleider mee te nemen, die u na de ingreep naar huis kan brengen. Door de behandeling is zelfstandig naar huis reizen per auto, fiets of openbaar vervoer onverantwoord;
■ wij adviseren u om minimaal één dag voor de injectie geen make-up te gebruiken.

Behandeling

Voordat u de prik krijgt, wordt het oog verdoofd met druppels en ook gedesinfecteerd. Vervolgens komt er een ooglidspreider tussen de oogleden zodat het oog open blijft staan en de prik gegeven kan worden. Na de prik kunt u een soort vliegjes of bolletjes zien; dit is het ingespoten geneesmiddel. Na de prik wordt er vaak wat ooggel op het oog gedaan.

 Omdat het geneesmiddel na verloop van tijd uitgewerkt is, moeten er vaak meerdere injecties gegeven worden (een behandeltraject). Meestal wordt gestart met driemaal een injectie met steeds vier weken ertussen. Vervolgens volgt een controlebezoek met een zogenaamde OCT-scan van het netvlies, waarna de oogarts met u bespreekt of en wanneer er daarna weer geprikt moet worden.

 Mogelijke complicaties

Na deze behandeling kunnen complicaties optreden. Zeldzame complicaties zijn:
■ oogdrukverhoging;
■ infectie;
■ een rood vlekje op het oogwit;
■ lichte hoornvliesbeschadiging of te droog hoornvlies.

Zeer zeldzaam kan optreden:
■ netvliesloslating;
■ glasvochtbloeding;
■ cataract.

(Pijn)klachten

Bij acute hevige pijn, een acute grote vlek in het beeld, een rood oog of veel slechter zien na de prik, moet u contact opnemen met de polikliniek of de oogarts.

 Tenslotte

U heeft recht op juiste en volledige informatie. Pas als u voldoende inzicht heeft, kunt u weloverwogen toestemming geven voor een bepaalde behandeling of een bepaald onderzoek. Als iets u niet geheel duidelijk is, vraagt u de behandelend arts of verpleegkundige dan om nadere uitleg.

injectie 1 injectie 2

 

Datum laatste aanpassing: 12.02.2021 - Communicatiedienst i.s.m. Medisch diensthoofd Oogheelkunde